De brief voor Tiuri

Lieve Tiuri, lief ventje, mannetje, kereltje, frummeltje, beertje van me,

Als ik mijn ogen sluit zie ik voor me dat je een jaar of vier, vijf bent en ik je vast niet meer zo mag noemen. Dan ren je met een houten zwaard achter je jongste grote zus aan, die bijna niet meer in haar prinsessenjurk past. Je een-na-jongste grote zus doet lekker mee. Zij is het paard waar jij als ridder op mag rijden. De andere twee zussen zitten op de bank met hun neus in een boek.

Ook zie ik voor me hoe je lange wilde haren geborsteld worden met vier borstels tegelijk. De zussenhanden en zussenvingers pluizen door je lokken op zoek naar een mogelijke luis. Zonder dat je het doorhebt maken ze stiekem vlechten in je haar die ze vastzetten met roze strikken. Of misschien heb je het wel door, kan het je helemaal niets schelen en geniet je van de aandacht.

Ik zie voor me hoe de meiden ruzie maken over wie jou nu een boekje mag voorlezen. Ze lossen het op door om de beurt te gaan. Ik zie voor me dat jij iedere dag wordt aangekleed, maar niet door papa of mij. Je zussen weten precies wat jij moet dragen. Ik zie voor me hoe ze je leren in bomen te klimmen, je hele been inzwachtelen als je er uit bent gevallen, je tranen drogen met hun mouwen en je pijn verzachten met een stukje chocola. Ik zie voor me hoe ze jouw lunchtrommeltje iedere dag vullen, wanneer ze toch met hun eigen lunch bezig zijn. Maar wellicht ben ik nu te optimistisch.

Ontelbaar veel beelden, ideeën en gevoelens over hoe jij zal zijn over drie maanden, drie jaar, dertien jaar en dertig jaar. Word je echt zo’n grote beer als ik denk dat je wordt, zodat je met je zussen én vader kan jongleren? Ga je alle liefde, koestering, bescherming en vertedering waar je nu mee omringd wordt doorgeven als je ooit zelf vader mag worden? Of eerder, als je zussen aan het puberen zijn en de maandverbandjes je om de oren vliegen? Of nog eerder, als je eerste vriendje iets van je afpakt?

Het idee dat er over achttien jaar een volwassen man naast mij staat, een man die ik mijn zoon mag noemen, een man die is opgegroeid in een bedding van zachte vrouwenkracht, met een flinke vleug mannelijke daadkracht en helderheid, dat idee maakt mij nederig en dankbaar.

Lieve Tiuri, mijn wens voor jou is, dat je mag zijn wie je bent. Dat je mag dromen en jouw eigen unieke dromen mag gaan waarmaken, ongeacht wat ik droom. Dat de aarde onder jouw voeten vruchtbaar mag zijn, zodat alles wat je zaait in weelde mag groeien. Dat de zon jouw hart mag verwarmen en vullen met liefde. Dat de wind jou voort mag duwen in welke richting dan ook, want alle zijn goed. En je mee mag stromen met het vloeiende water, zodat alle emoties gevoeld mogen worden. Dat je mag onthouden dat alles wat je ooit nodig zult hebben al in jou aanwezig is.

En voor hier en nu, want dat is het enige wat bestaat, houd ik je dicht bij mijn hart en kus ik je bolle wangen welterusten.

vijfkinderen1

 

 

 

Zwanger? Laat voor je zorgen!

Mijn zwangerschappen en bevallingen zijn de meest bijzondere en intense momenten van mijn leven tot nu toe. Voordat ik de eerste keer zwanger was voelde ik onrust. Ik deed een deeltijd studie, stond voor de klas en deed allerlei cursussen op het gebied van zelfontwikkeling. Tijd om echt stil te staan nam ik niet. Ik stond midden in het leven dat zo veel te bieden heeft en ik genoot volop.

LUISTEREN NAAR M’N LIJF

Dit alles veranderde toen ik een positieve test in mijn handen had. Het leek wel alsof de beweging die ik al jaren naar buiten maakte ineens 180 graden naar binnen draaide. Wat er allemaal om mij heen gebeurde vond ik minder interessant. In mij was waar de magie plaatsvond. De eerste maanden van mijn zwangerschap raakte ik in een innerlijke strijd verwikkeld. Ik had nog het contract op de middelbare school met de daarbij behorende verplichtingen. Maar heel mijn lijf gaf aan rust en bezinning nodig te hebben. Het kwam niet ongelukkig dat mijn contract niet werd verlengd. Vanaf de zevende maand kon ik eindelijk naar mijn lijf gaan luisteren en ik nam rust!

ZWANGERSCHAPSRETRAITE IN EIGEN HUIS

Die rust was zalig. Ik besloot om een maand lang een retraite in eigen huis te nemen. Mijn mobiele telefoon en laptop gingen uit. Boeken en kranten bleven gesloten. Ik ben toen veel de natuur in gegaan en heb veel gemediteerd. Door alle prikkels van buitenaf los te laten, zakte ik in een diepe stilte. In die stille rust kon ik mijn lichaam nog beter horen. Als vanzelf ontstond er een behoefte om de bevalling te gaan visualiseren en te gaan schilderen. Weken heb ik aan een schilderij gewerkt van een barende vrouw in water. Met iedere penseelstreek groeide mijn vertrouwen. Uiteindelijk werd mijn dochter geboren precies op de manier zoals ik het had gevisualiseerd.

ALLEEN MET DE BABY IN M’N BUIK

De jaren daarna heb ik nog drie kinderen gekregen. Iedere zwangerschap heb ik een moment genomen voor een eigen zwangerschapsretraite. Met meer kinderen werd dat wel een uitdaging. Toch lukte het me om bijvoorbeeld regelmatig naar de sauna te gaan of een massage te krijgen. Deze momenten voor mijzelf en de baby in mijn buik alleen zijn voor mij heel waardevol geweest. We leven in een wereld waarin er zo veel gebeurt. Een wereld waarin we veel van onszelf vragen, juist door alle mogelijkheden die we hebben. Daar is op zich niks mis mee. Zo lang je maar goed voor jezelf blijft zorgen.

ZELFZORG LEEF JE VOOR

Zelfzorg is voor veel vrouwen wel een ‘dingetje’. Onlangs sprak ik een moeder van drie kinderen die vertelde dat ze al jaren geen moment voor zichzelf heeft gehad, omdat de kinderen het allerbelangrijkste zijn. Zo’n verhaal doet me altijd een beetje pijn, want als moeder draag je niet alleen een gezin, je bent ook hét voorbeeld voor je kinderen. Wat laat je ze zien als je niet goed voor jezelf zorgt? Als je jezelf niet belangrijk vindt? Hoe kan je je kinderen het gevoel geven dat ze alles waard zijn als jij jezelf niks gunt?

DIEP GERAAKT EEN KLANKBAD ONTVANGEN

Vrouwen die naar mijn retraites komen krijgen bij voorbaat al mijn diepe respect. Het gegeven dat zij zichzelf zo’n heerlijk weekend gunnen, dat is echt niet zo vanzelfsprekend. Ze hebben daar vaak heel wat gedachten voor moeten loslaten. Ik ben zelf tijdens de retraites dan ook zo vreselijk aan het genieten. Hoe de vrouwen diepe zuchten slaken en hoe hun schouders langzaam gaan hangen tijdens de meditaties. Hoe hun ogen gaan glinsteren bij het zien van de heerlijke biologische en veganistische maaltijden. Hoe opgewekt en verfrissend ze uit de yogalessen komen. Hoe ze diep geraakt het klankbad ontvangen. Hoe ze in alle rust en ontspanning de affirmatiekaarten maken. En hoe dankbaar hun hart klopt bij het afscheid nemen. Het mijne klopt net zo.

Voor de zwangeren die voelen dat ze ook meer rust en ontspanning willen ervaren: volg je gevoel. Je NU zwanger van dit kindje en de keuze is aan jou hoe je daar bij stil wilt staan. Met alle liefde verzorg ik een bekrachtigend weekend voor jou en het kindje in je buik. Een weekend om voor altijd te koesteren. Wees welkom bij mijn retraite!

Zelfzorg in de kraamweek

voetmassage

Aan het begin van dit jaar kondigde ik aan dat 2020 het jaar van de mamazelfzorg zou worden. Ik werd meteen getest de eerste week van januari, toen ik in mijn kraambed lag. Was ik in staat om de eerste week met een kersverse baby, een peuter, een kleuter en twee schoolrijpe kinderen goed voor mijzelf te zorgen?

Van te voren wist ik mij te herinneren dat je de eerste dag na de bevalling nog een beetje loopt te stuiteren. De vorige vier keren was ik telkens extreem wakker, trots op de prestatie die ik had geleverd en wilde ik het liefst van de daken schreeuwen dat ik (weer) moeder geworden was van de mooiste baby van de wereld. Ook dit keer voelde ik me best goed de ochtend na de bevalling. Tegen alle verwachtingen in had ik amper naweeën. Dus toen een vriendin enthousiast app’te dat ze echt heel graag langs wilde komen, omdat ze het meest fantastische cadeau voor ons had gevonden, antwoordde ik ‘ok, kom maar even langs, heel even.’
Meteen nadat ik toegezegd had voelde ik dat ik te snel had gereageerd. Eigenlijk wilde ik helemaal nog niemand zien. Mijn vier dochters gingen met een oppas wat leuks doen en ik wilde gewoon met mijn verse baby in bed liggen en af en toe wat lekkers krijgen van mijn lieve kraamverzorgster. Meer niet. Afzeggen wilde ik niet, durfde ik niet. Ik voelde me toch goed? En ze zal heus heel kort blijven en niet een half uur blijven plakken.
Het werd drie kwartier. En eerlijk gezegd had dat cadeau (een boek) ook nog wel een paar weken kunnen wachten. Het was wederom een les in eerst voelen, goed voelen en dan pas reageren. En als je dat zelf niet kan, laat het dan door iemand anders doen die niet in een hormonale achtbaan zit. Of beter: laat de rest van de wereld weten dat je in ieder geval de eerste week na de bevalling geen bezoek wilt ontvangen.
De overige kraamdagen lukte het mij om bezoek buiten de deur te houden. In bed blijven lukte twee dagen. Als moeder van vijf kon ik niet anders dan beneden op de bank liggen en samen met de baby deel uit maken van ons dynamische gezin. Wij waren het centrum van een orkaan. Natuurlijk konden mijn meiden niet de hele dag stil zitten. Toch kon ik al het geraas langs mij heen laten glijden en samen met Tiuri in een bubbel blijven. En hoe de meiden hun kleine broertje in hun hart sloten was puur genieten.
Na vijf dagen waren mijn haren verfrommeld tot een grote knoop. Toen realiseerde ik mij dat zelfzorg in de kraamweek neerkomt op dit soort elementen:
  • borstel je haren of nog beter: laat het borstelen. Maar niet door je kinderen, want dan worden de knopen nog erger.
  • sta minstens vijf minuten onder de douch iedere dag. Laat het warme water over je zachte postpartum lijf stromen en alle bloed, zweet, melk en tranen door het doucheputje afvoeren.
  • ontvang een voet- en beenmassage. Toen mijn kraamverzorgster mijn benen en voeten masseerde voelde ik pas hoe hoog ik in mijn lijf zat. Daarmee bedoel ik dat mijn energie voornamelijk in mijn hoofd, schouders, borsten en hart zat. Door de bevalling bleef er een soort leegte achter in mijn buik. Vanaf mijn middelrif tot aan mijn tenen was mijn aandacht ver te zoeken. Logisch ook: je baby komt er uit en wordt op je borst gelegd, alles wat daar onder nog zit krijgt ook geen aandacht. Totdat je een fijne massage krijgt. Aanrader!
  • voel waar je trek in hebt en vraag er om. Het liefst zo vers en voedzaam mogelijk.
  • durf te ontvangen! Je hebt net een baby gebaard en je mag als een koningin behandeld worden. Je bent het waard! Als je weet dat je dit lastig vindt, dan is het wellicht handig om een kraamplan te maken voor de bevalling, waarin je al kan aangeven wat je wel en niet wilt de eerste week met een kleine baby.
  • slaap slaap slaap…
  • laat je telefoon nog lekker even uit. Belangrijke dingen kunnen ook via je partner of kraamhulp lopen.
  • leg je handen regelmatig op je lege buik en koester het huisje waar je baby negen maanden in gewoond heeft. Je lichaam ziet er enigszins uitgewoond uit, maar heeft nu wel de tempelstatus bereikt. Je hebt gewoon een baby gebouwd! In alle opzichten ben je beeldschoon.
Zelfzorg in de kraamweek komt eigenlijk neer op verzorgd worden. Daarvoor moet je wellicht een paar drempels over. Ik wel althans. Het voelt zo natuurlijk om als moeder alles weg te geven, zelfs in de kraamweek. Maar echt, de eerste week als pasgeboren moeder mag jij 100% ontvangen, omdat je al 100% aan je baby geeft. En ik zeg dit vooral ook tegen mijzelf, mocht er nog een zesde komen 😉

Iedere bevalling is weer anders

Ze zeggen dat iedere zwangerschap en bevalling weer anders is. Zelf hoor ik het mij ook regelmatig zeggen tegen een zwangere. Tijdens mijn laatste zwangerschap was ik nota bene bij drie zwangerschapsretraites, heb ik met meer dan dertig dames gewerkt die zouden gaan bevallen en dan nog vergat ik ook tegen mijzelf te zeggen:

‘Marjolein, iedere zwangerschap en bevalling is weer anders.’

Dat deze vijfde zwangerschap wat anders voelde dat had ik inmiddels wel door. Maar voor de vijfde keer bevallen? Dat zou vast net zo gaan als de vorige vier en dan nog wat sneller. Ik zag mijzelf al bij de bakker bevallen of tijdens het kerstspel in de kleuterklas van mijn derde dochter. In gedachten zag ik hoe mij vliezen braken en er meteen een kind uit mij glibberde. Het natte, warme, zachte lijfje zou ik net op tijd nog opvangen en mijn dochters zouden ons doeken en dekens geven om warm te blijven.

Maar nee, de vijfde bevalling verliep heel anders.

Al vanaf een week of 32 had ik regelmatig een harde buik of voorwee. En met regelmatig bedoel ik dat ik zo’n acht tot tien van die voorweeën per dag had en naarmate de  weken verstreken, richting de uitgerekende datum, namen de harde buiken in frequentie toe. Het kon niet anders dan dat de baby dit keer eerder zou komen. Maar nee, de dagen, de weken stroomden rustig voorbij en het werd vakantie, Kerst, Oudejaarsavond…

Loslaten. De bevalling van mijn vijfde kindje had als grote les ‘loslaten.’

Het begon op 2 januari vroeg in de ochtend. Ik lag al een tijdje wakker in bed en voelde dat ik moest plassen. De vermoeidheid van de nacht was nog niet uit mijn lijf getrokken, dus bleef ik zo lang mogelijk liggen. Ook in de hoop dat de meisjes die in het grote bed lagen nog even konden doorslapen. Uiteindelijk won mijn blaas het van de vermoeidheid en verzamelde ik al mijn kracht om mijn grote hoogzwangere lijf uit bed te hijsen. Mijn billen schoof ik richting het voeteneind en daar duwde ik met mijn armen mijn bovenlijf  omhoog. Eenmaal verticaal in bed voelde ik iets knappen onder in mijn buik en stroomde er een enorme golf water over het bed. In een fractie van een seconde was ik klaarwakker en sprong ik uit bed, kneep mijn benen enigszins bij elkaar en bewoog me naar de badkamer. Op het toilet bleef het water uit mij stromen.

Oma Anna, een vriendin uit Den Haag die een paar dagen bij ons logeerde, stak haar hoofd de badkamer binnen en vroeg hoe het ging.

‘Mijn vliezen zijn gebroken,’ zeg ik met een gevoel van spanning en opwinding. ‘Kan je mijn telefoon pakken? Dan bericht ik de geboortefotograaf en Marieke.’

In opperste paraatheid, klaar om mijn baby op te vangen, zat ik vol verwachting op het toilet. Gebroken vliezen. Zo was een bevalling nog nooit begonnen. Het water bleef maar stromen, eindeloos. Er kwam geen baby. Er was zelfs geen wee te bekennen. En nu?! Ik had geen idee. Het kon heel snel gaan, maar het kon ook nog uren wellicht dagen duren. ‘Iedere bevalling is weer anders,’ dacht ik nu voor het eerst.

In tegenstelling tot de derde en vierde bevalling had ik nu van te voren ‘bedacht’ dat er best wel wat mensen bij de geboorte van de vijfde mochten zijn. Niet omdat ik het gevoel had hulp nodig te hebben, maar omdat het kon zonder dat ik hierdoor uit mijn proces gehaald zou worden. Naast mijn partner en onze vier kinderen had ik vriendin Marieke met haar dochter Isa van negentien jaar uitgenodigd bij de bevalling. Isa wil in de toekomst verloskunde gaan studeren en het leek mij zo’n prachtig cadeau voor haar om te mogen aanschouwen hoe een vrouw thuis kan baren. Daarnaast had ik in mijn achterhoofd om de bevalling te laten fotograferen. Mij ook realiserende dat ik echt in het moment wilde voelen of het klopte dat er een fotograaf bij zou zijn. Oma Anna zou eigenlijk die dag weer naar huis gaan, maar ze greep de kans om mij te zien baren met beide handen aan. En dan was er nog Karin, de vroedvrouw. Tijdens de zwangerschap hadden we een paar keer thee gedronken en ik had eigenlijk niet het idee dat ze bij de bevalling zou zijn. Loslaten. Deze vijfde bevalling zou een open-baring worden!

Een half uur nadat mijn vliezen waren gebroken was Rini het bad al aan het vullen, brandde de houtkachel, stonden Marieke en Isa buiten voor de deur, was de geboortefotograaf onder weg, stond Anna in de pap te roeren, kwamen mijn dochters af en toe mij een kusje of een aai geven en lag ik met handdoeken en maandverbanden tussen mijn benen op de bank. Al mijn zintuigen waren gespitst op het waarnemen van een wee. Maar niks gebeurde.

Zo ging het uren door. Mijn dochters begonnen gewoon maar aan hun dag met allemaal spelletjes, verkleedpartijtjes en tekeningen. Grote ogen kwamen af en toe vragen of er vandaag echt een baby zou komen. Het bevalbad werd afgedekt. Daar wilde ik voorlopig nog niet in. Extra hout werd er op het vuur gelegd. Daar wilde ik zijn. Warmte, omhullende warmte. Voor de houtkachel stond een poef waar ik regelmatig op hing om mijn onderrug te verwarmen. De geboortefotograaf, Marieke en Isa verlieten het huis nog even. We zaten zo met zijn allen op weeën te wachten, dat ik mij bezwaard ging voelen. Zodra er iets op gang zou komen, zouden ze een seintje krijgen.

Na een tijdje begon ik zo om het kwartier een harde buik te krijgen. Of was dit al een wee? Ik weet het niet. Het voelde niet heel bijzonder. Die harde buiken had ik al weken. Nog steeds had ik het idee dat dit zo wel dagen kon duren. Ik kon me niet voorstellen dat dit al onsluitingsweeën zouden zijn.

Rond half vijf kwam Karin even buurten. Ik zat inmiddels al uren op de bank en liep af en toe even rond. Mijn ogen waren veelal dicht en ondanks de vage weeën waarvan ik betwijfelde of die wel iets deden, voelde ik allerlei hormonen door mijn lijf stromen en nam ik waar dat mijn hoofd toch wel richting bevalland ging. De wereld om mij heen zag er steeds waziger uit, geluiden verdwenen naar de achtergrond en tegelijk waren mijn oren heel gevoelig voor geluid. Met name de vier rondrennende acrobatische dochters haalden mij regelmatig uit mijn bubbel. De weeën begonnen iets feller te worden en kwamen nu zo om de tien minuten. Karin vroeg wat ik wilde, wat ik nodig had. Geen idee. Ik kon eigenlijk niet meer nadenken. Het enige wat ik nog kon bedenken was dat de kinderen om 19 uur in bed zouden liggen en ik dan in bad wilde gaan.

Karin, Marieke en Isa zouden naar huis gaan en rond 19 uur weer terugkomen. De rest zou gaan eten aan de ronde houten tafel. Het paste precies. Terwijl zij zaten te smikkelen van het stamppotje dat Anna had gemaakt, lag ik op de bank en ademde ik zo nu en dan door een wee. Rini had het gevoel dat het niet lang meer zou duren. Zelf was ik nog steeds in de veronderstelling dat er nog weinig aan de hand was. Na het eten mochten de meisjes boven in de slaapkamer een filmpje kijken. Het was tegen zevenen en inmiddels was het huis weer vol met allemaal lieve mensen. Het bad werd met heet water weer opgewarmd en ik besloot dat ik er in wilde.

f53f758b-19d8-4504-8f66-bf208e678afc
foto van Brechje @warmcuppatea

Het bad stapte ik in met het idee dat ik er straks nog wel een keer uit zou gaan. Nog steeds was ik niet overtuigd dat ik al snel zou gaan bevallen. Het was dus heel snel omschakelen toen ik in het bad zat en vrij vlot achter elkaar twee intense weeën kreeg. De derde wee die kwam voelde heel anders. Super intens. Wat moest ik hier nu mee doen?! Was dit nog een ontsluitingswee? Moest ik al gaan persen? Deze gedachten schoten door mijn hoofd, maar voordat mijn hoofd er antwoord op kreeg nam mijn lichaam het over. Een enorme golf vanuit mijn bekken stroomde door heel mijn lijf en eenmaal bij mijn stembanden aangekomen hoorde ik mijzelf een enorme oerkreet uitslaan. Ik had nergens controle over. Letterlijk en figuurlijk kon ik alleen maar loslaten. Loslaten dat ik in stilte een kindje zou baren. Loslaten dat het nog heel lang zou duren: dit was hét moment. Nu. Loslaten dat ik tussendoor pauze moest houden om niet uit te scheuren. Loslaten. Alles. Dus liet ik los. In een lange perswee voelde ik mijn baby door het geboortekanaal gaan. Het hoofdje, het lijfje. Het voelde vreselijk, intens, krachtig, onvoorstelbaar, verbonden met alle vrouwen die mijn voorgingen. Woorden doen de ervaring van dat moment te kort. Het duurde misschien een minuut? Twee minuten? Een niet te omvatten tijdloosheid.

Het kindje kwam naar buiten en mijn handen droegen het heel zachtjes onder water, langzaam naar boven, tegen mijn warme borst aan. Een ontlading van emoties in en rondom het bad. Zonder dat ik het doorhad, stonden er tien mensen van drie tot achtenzestig jaar, om het bad heen te snikken, te lachen en vol verwondering het tafereel gade te slaan. Na een paar minuten zocht mijn linkerhand onder water naar de billetjes van mijn baby en wat ik daar voelde. Ik kon het niet geloven. Ik moest het zien! Een piemeltje! Het is een jongen! En nog een golf van emoties rolde in en rondom het bad. Wat een feest. Wat een welkom.

Iedere bevalling is weer anders. Aan den lijve heb ik het ondervonden en ik zal het nooit meer vergeten. Waren mijn derde en vierde bevalling nog ‘unassisted’, met alleen mijn partner er bij, de vijfde bevalling was ik fysiek omringd met tien liefdevolle mensen en in spirit verbonden met heel veel sisters. Ik had alle hulp die ik op dat moment nodig had, met als hoofdingrediënt ‘vertrouwen.’ Iedereen heeft mij mijn gang laten gaan, niemand was bang of voelde zich ongemakkelijk. Ons kindje, onze zoon, werd geboren in een warm en welkom bad. Hij kwam boven water, strekte zijn armen, handjes en vingers, zijn benen, voetjes en teentjes even helemaal uit. Hij keek rond en zag dat het goed was.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bubbel van zacht vertrouwen

Op het moment dat mijn tweede dochter werd geboren met een dikke laag huidsmeer en een prachtig gemiddeld lijfje besloot ik te stoppen met het concept van uitgerekende data. Want als een baby met 43 weken er zo uitziet, dan had het die tijd in mijn buik nodig. Voor mij was er geen twijfel meer: een kindje wordt geboren wanneer hij of zij daar klaar voor is én de mama zich kan overgeven aan het moment.

Want natuurlijk had ik werkelijk alles geprobeerd om de bevalling op te wekken. Voetreflexbehandelingen, ananasharten eten, flinke wandelingen, vrijen, pittig eten, afwachten, strippen en zelfs acupunctuur (ik houd niet van naalden!). Misschien deed ik zo mijn best, omdat de omgeving zich zorgen begon maakte. In hun ogen was ik gevaarlijk bezig en konden mijn baby en ik in ernstige problemen komen of zelfs overlijden…

Na het zoveelste bericht was ik het beu. Alle angsten en zorgen die anderen bij mij geparkeerd hadden gooide ik overboord. Ik creëerde een grote bubbel van zacht vertrouwen om mij heen, wetende dat áls er ingegrepen moest worden ik dat van binnenuit zou voelen. Tot nu toe liet zij mij weten dat het fijn was daarbinnen. Voor me zag ik hoe zij gewichtsloos als een astronaut zweefde tussen hemel en aarde en dat zij zou landen in mijn armen wanneer de sterren juist stonden. Ik voelde dat dit een sensitief wezentje was, dat ruimte nodig had om haar eigen pad te volgen. Tegelijkertijd voelde de wereld die zij zou te betreden heel groots aan en moest er flink wat moed verzameld worden om aan de reis te beginnen. Na 43 weken waren zowel zij als ik klaar was ze klaar om aan de reis te beginnen, die uiteindelijk gezond en wel eindigde in een warm bad bij kaarslicht.

De maanden daarna zat ik te fantaseren hoe het zou zijn om zwanger te zijn en te bevallen in compleet vertrouwen op mijn eigen natuur. Geen uitgerekende datum, geen controles of andere ingrepen, niet zitten wachten en al helemaal geen pogingen om weeën op te wekken. Alleen maar mijn groeiende buik, trappelend in verwachting, met aan beide handen een dochter en de geboorte van een nieuw kindje zo tussen de afwas en het naar bed brengen. Autonoom zwanger. Zelf voelen of mijn kindje of ik iets nodig hebben. Rustig leven. Gek eigenlijk om er over te fantaseren. Is het leven niet zo bedoeld?

 

Deze column is verschenen in Kiind Magazine 2019

Het liefst zou ik altijd hoogzwanger zijn

Het was een rustige zondagochtend, toen we met z’n zessen aan de ontbijttafel zaten en mijn oudste dochter Ronja met een afwijzend toontje in haar stem tegen mij zei: ’Mama, je hebt een dikke buik.’ Als ze dit twee jaar geleden tegen mij had gezegd, had ik vol trots over mijn enorme ronde buik gestreeld en geantwoord: ‘Ja, mooi hė? Nog even en dan gaan we ons nieuwe gezinslid verwelkomen.’ Maar ze zei het niet twee jaar geleden,  maar net toen ik mijn tanden in een warm croissantje met roomboter en kaas zette. Ik durfde bijna niet verder te eten.

‘Mama, je hebt een dikke buik,’ galmde het nog eens na in mijn hoofd. Is dit nu de mening van mijn zesjarige dochter of vind ik dit eigenlijk zelf en houdt ze mij nu een spiegel voor? Tja, ergens vind ik dat ze gelijk heeft. Mijn buik is misschien wel wat groter dan ik zou willen. Het liefst zou ik altijd hoogzwanger zijn. Dat is voor mij de mooiste reden om een grote ronde buik te hebben. Nieuw leven scheppen als een vruchtbaarheidsgodin. De essentie van het bestaan in mijn schoot dragen. Volop vrouw zijn in acceptatie en overgave.

Ik kijk naar beneden, naar het heuvelachtige golvende landschap van mijn lichaam. Dan kijk ik de tafel rond, naar mijn dochters. Vier prachtige meisjes, die allemaal in mij zijn gegroeid. Die door mijn lijf veilig en wel op aarde zijn gezet. Mijn lichaam, mijn tempel, zo rijk en zo zacht. Ik adem diep uit en probeer woorden te vinden voor wat ik voel. Want als ik mijn kinderen iets wil meegeven, dan is het wel dat ze precies goed zijn zoals ze zijn. Wetende dat hetzelfde voor mij geldt.

‘Ronja?’ zeg ik, mijn handen over mijn buik strelend. En terwijl ik met een glimlach in mijn hart naar haar kijk, voel ik een warme tevredenheid door mijn aderen stromen. Dit ben ik, 100% Marjolein. Mijn lichaam is een geschenk, waarmee ik door deze wereld kan bewegen. Waarmee ik kan geven en ontvangen. Waarmee ik kan lachen, huilen, troosten, liefhebben, voeden en heel veel eigenwijze kindjes kan maken. ‘Zou ik een andere mama zijn als mijn buik weg zou zijn?’ Ik zie haar denken en voelen en denken en voelen. Dan kijkt ze mij aan met glinsterende ogen en een lach om haar mond en zegt: ‘Nee, jij bent mijn lieve mama.’

 

Dit blog is verschenen in het Kiind Magazine editie herfst 2018.

Dag buiten & hallo binnen

Het leven als moeder van vier meiden kabbelt rustig door. En tussen het rustig kabbelen kan het af en toe ook een wilde rivier zijn of zelfs een storm op zee. Ik hoef dat niet te verbloemen. Mijn vriend en ik kijken elkaar soms met hopeloze blikken en veel gesteun en gekreun aan. Uiteindelijk kunnen we niet anders dan er om lachen, want zeg nu zelf… Vier (en hopelijk straks vijf) van die energieke, eigenzinnige en speelse wildebrassen die het huis op stelten zetten, Pippi Langkous als idool hebben en tegelijk ook ontzettend lief voor elkaar kunnen zijn. Dat is toch onbetaalbaar?

Ik ben nu bijna 32 weken zwanger. Aan het begin van de zwangerschap, toen ik me niet heel lekker voelde, leek de tijd eindeloos lang te duren. En nu ik alweer in het derde trimester zit denk ik: wat is de tijd voorbij gevlogen… Dat is zo’n bekend gevoel. De eerste weken met een verse baby kan ook zo tijdloos zijn. Hele dagen en weken (maanden!) ’s ochtends heel snel even douchen, kinderen aankleden, eten geven en naar school brengen, om vervolgens de hele ochtend op de bank te zitten met een baby aan mijn borst, starend in die wijze babyogen en snuffelend aan die hemelse babygeur… Af en toe even na te denken over de boodschappen en de was (dat komt straks allemaal wel), maar verder vooral helemaal in die bubbel zakken met al die hormonen, lekkende melkborsten en rozige wangen.

De eerste maanden van deze zwangerschap kon ik me niet voorstellen weer een baby in mijn armen te mogen gaan houden en nu begin ik er zowaar zin in te krijgen. Ik moet bekennen dat deze vijfde zwangerschap zo een beetje tussen de bedrijven door vloeit. Ik heb goed contact met het kindje. Het beweegt veel en neemt lekker de ruimte in. Dingen als controles laten uitvoeren of een bevalplan maken, daar ben ik helemaal niet mee bezig. Niet omdat ik lui ben of dat ik het onzin vind. Ik zie en voel de noodzaak er niet van. Voor veel mensen voelt dat extreem, want ‘je wilt toch weten of het allemaal goed gaat in je buik?’ Ik voel sterk dat ik geen controles nodig heb om te weten dat het goed gaat in mijn buik. Als ik voel dat er iets ‘mis’ zou zijn, dan kan ik altijd nog dat gevoel laten controleren bij een vroedvrouw of in het ziekenhuis. En dan is er nog de vraag wat ‘goed’ is en wat ‘mis’ is. Ik ben voornamelijk ‘gewoon’ zwanger aan het zijn.

Dit is hoe ik het nu doe en hoe het voor mij kloppend voelt. Als je als zwangere wel de behoefte hebt aan controles en echo’s, om wat voor reden dan ook, dan is dat ook ok. Ik vind het wel belangrijk dat je 100% achter de keuzes staat die je maakt. Het is immers jouw zwangerschap en jij mag altijd bepalen wat je wel en niet wilt, ongeacht wat anderen daar van vinden. Dat is een heel proces en soms duurt het een paar zwangerschappen voordat je daar achter komt. En dat is ook helemaal ok.

Mijn meiden zijn intussen de weken aan het aftellen. Eerst komt Sint Maarten, daarna Sinterklaas, dan komt Kerstmis en als mama zo rond is als een mega oliebol, dán komt de baby. Ik vind deze periode van het jaar intens en prachtig tegelijk. Het licht in de duisternis, de warmte van het vuur, het knusse samenzijn. Naast dat er veel voor school moet gebeuren hoop ik zo veel mogelijk te kunnen zakken in mijn bubbel. En die bubbel begint met de maand november. Ik ga een paar dagen op stilte- en schrijfretraite en ik hoop heel erg die (innerlijke) stilte te kunnen bewaren en te bewaken. Tijdens mijn eerste zwangerschap ben ik een maand offline geweest, uitgeplugd van de wereld. Ik weet dat dat nu een stuk lastiger is. Maar social media zal in ieder geval zo veel mogelijk op stil gaan. Dag buitenwereld en hallo binnenwereld 🙂

IMG_4246

Een buik vol onmetelijke rijkdom

Vanuit dromenland hoor ik heel zachtjes in de verte kleine voetjes richting mijn bed lopen. Ik open mijn rechteroog half, sla mijn deken omhoog en voel het kleine lijfje van Zora tegen mij aankruipen.  Ze voelt koud aan, waarschijnlijk is ze daar wakker van geworden. Ik vouw mijn warme armen om haar heen en samen dwarrelen we weer in slaap.

Aan het begin van de ochtend word ik weer wakker en vraag me niet hoe, maar in het tweepersoons bed liggen inmiddels zes wezens te slapen. Zeven als ik dat kleintje in mijn buik meetel. Een bed vol onmetelijke rijkdom. Maar ook vol oncomfortabele posities. Papa springt er als eerst uit. Gevolgd door Ronja die trek heeft en op jacht gaat naar een banaan. De jongste drie, die straks de middelste drie zullen zijn, blijven heerlijk om me heen liggen. Samen genieten we van de ruimte.

Dan wordt het jongste wezentje ook wakker…

‘De baby schopt. Wie wil er voelen?’

‘Ik!’

‘Ik!’

‘Ik!’

Drie paar handjes op mijn buik. Maar het blijft stil.

‘Ik denk dat de baby een beetje verlegen is geworden van al jullie aandacht, denk je niet.’

Layla denkt dat de baby weer slaapt.

‘Ik ga hem wakker maken!’ roept ze met ondeugende oogjes. En voor ik het weet stort ze haar gezicht op mijn buik en begint hard te blazen. Een trompetgeschetter klinkt door de kamer.

‘Nu ik!’ Thura duwt Layla opzij en ook zij werpt haar gezicht op mijn buik, gevolgd door Zora, die ook buiktrompet wil spelen. Layla probeert of ze er ook nog bij kan. Met z’n drieën wordt mijn halve lijf bespeeld en met een grote glimlach bekijk ik het tafereel.

‘De baby schopt weer!’ roep ik en zes handjes worden op mijn buik gelegd. Het is muisstil… Grote ogen kijken vol spanning naar mijn buik. We wachten af… Ik voel wat bewegen… En…

‘Ja! Een schop! Voelden jullie dat?! En nog één!’

‘Layla en Thura knikken met glinsterende ogen van ja. Zora weet nog niet wat ze moet voelen. Zij wordt nu voor het eerst grote zus. Ze aait over mijn buik.

‘Baby, watter wodde.’

‘Ik ga een banaan eten,’ zegt Layla.

En weg zijn de meisjes. Ik rek en strek me uit in het grote mensenbed. Wat een ruimte heb ik opeens. Ik leg mijn handen op mijn buik en voel het kindje flink bewegen.

‘Ja, daar ben je hè. Veilig in mama’s warme buik. Lekker groeien en bloeien. En nu al speel je met je grote zussen. Je mag nog drie maanden blijven rondzwemmen hoor.’

In gedachten zie ik beelden van het vijfde kindje. Ik kan niet anders dan er weer een dochter van maken. Al zou een jongetje natuurlijk ook hartstikke welkom zijn. Ik zie voor me hoe ze op een rijtje zitten en elkaars haren borstelen. In de praktijk zullen ze waarschijnlijk net zo vaak elkaars haren uittrekken als vlechten, maar goed. Dit is een dagdroom en dan kan alles.

Nog steeds heb ik dagelijks een moment dat ik denk ‘ik kan dit niet! Niet nóg een kind!’ Toch verschuift mijn gevoel van onmacht steeds meer naar tevreden dankbaarheid. Ik hoef dit niet alleen te doen, we doen dit samen, met z’n allen. Ik aai nog een paar keer over mijn buik vol onmetelijke rijkdom.

‘Kom kleintje, tijd om op te staan.’

pillows-820149_640

 

‘Mama, heeft de baby eigenlijk al een jongens of een meisjes plasser?’ 

apples-983942_640

Het is zo’n ochtend in de vakantie. Je weet wel. Zo’n ochtend waarbij mama zo lang mogelijk in bed blijft liggen en de kinderen hun grootste honger verzachten met een rode sappige appel. Je hoeft nog even niks. De pap kan wachten, thee komt straks, douchen en aankleden… Ach de dag duurt nog lang. En dan op het moment dat je je nog een keer omdraait en denkt dat je nog even kan afdwalen naar dromenland hoor je van beneden de jongste roepen:

‘Maaaaamaaaaa, ik ben KLAAAHAAAR!!!!’

Met enige tegenzin (lees: al steunend en kreunend) stap je het bed uit en strompel je door de gang richting de trap. Onderweg struikel je net niet over rondslingerende knuffels die allemaal al netjes aangekleed zijn. Beneden aangekomen loop je plichtsgetrouw naar het toilet, veegt die allerliefste billetjes af, wast je handen, aait over een paar bolletjes met ongekamde haren en besluit dan toch maar de waterkoker te vullen. Slapen? Dat komt vanavond wel weer.

Zo’n ochtend was het dus. Totdat Ronja (de oudste van 7) voor mijn neus stond met wakkere ogen en aan mijn arm begon te trekken.

‘Kom eens kijken wat ik kan!’

Ik word op de bank neergezet en krijg een show van radslag, split (of was het nu spagaat?), handstand en brug.

‘En kijk nu naar mij!’

‘En naar mij!!’

‘Mama, nee kijk eerst naar mij! Alsjeblieeeeeeft!!’

De dag is weer begonnen. Wederom besef ik mij wat voor rijkdom we hier in huis hebben. Weliswaar een drukte en rommel van jewelste, al voor 8 uur ’s ochtends. Maar zeg nu zelf… Eigenlijk mag ik hier niet mopperend voor uit bed komen.

Na een tijdje naar de rondvliegende en springende kinderlijfjes te hebben gekeken ben ik wakker genoeg om aan de pap te beginnen. Op het moment dat ik ga staan, staat weer Ronja met haar grote wakkere ogen voor mijn neus. Ze geeft een speelse tik op mijn buik en vindt dat ik nu toch wel dik aan het worden ben.

‘Mama, heeft de baby eigenlijk al een jongens of een meisjes plasser?’

Het ‘p-woord’ is gevallen. Dus alle kleine meisjesoren staan gespitst te luisteren en het is opeens muisstil.

‘Ja, de baby heeft nu wel een plasser ja.’

‘Wanneer gaan we kijken wat het is? Ik wil weten wat het is! Of we een broertje of zusje krijgen!’ roept Ronja enthousiast.

‘Ik wil een zusje!’ zegt Thura.

‘Ik wil een broertje. Nee een zusje. Nee ik wil geen baby!’ schreeuwt Layla.

‘Ik wil gote sus!’ probeert Zora er overheen te roepen.

De meisjes lachen.

‘Je hebt al drie grote zussen gekkie! Je wordt zelf grote zus,’ legt Ronja haar kleinste zusje uit.

Zora lacht lief en haalt haar schouders op. Acht handjes aaien nu mijn buik.

‘Mogen we het weten mama? Asjebliefffffffff?’

Hun nieuwsgierigheid prikkelt de mijne. Hoe kan ik dit smekende koor nu weerstaan. Ik sluit even mijn ogen en leg mijn handen op mijn buik. Wat wil de baby zelf?

‘Weet je lieverds, de baby is lekker rustig aan het groeien in mijn buik. Ik denk dat het niet zo fijn is voor de baby als we gaan kijken met zo’n apparaat. Dat maakt heel veel herrie. Wij horen dat niet, maar de baby wel. We moeten gewoon wachten en als het wordt geboren dan gaan we kijken, ok?’

‘Jammer,’ zegt Ronja. ‘Wie gaat er mee vader en moedertje spelen?!’

En weg zijn ze.

Al roerend door de pap denk ik nog even na over een geslacht bepalende echo. Ja natuurlijk zou ik het ook ontzettend leuk vinden om samen met mijn vier meiden naar de verloskundige te gaan en via het schermpje even in de buik te gluren. Maar ik doe het toch niet. Ik wil ze vooral de magie van het zwanger zijn meegeven. Het volgen van de natuur en het niet weten. Het zijn in het moment met getrappel van een baby in plaats van een jongen of een meisje. Een kindje dat nog helemaal heel kan zijn en niet in de buik al een stempel opgedrukt krijgt. Een kind dat nu al alle liefdevolle ruimte krijgt om te zijn wie het is.

De pap is inmiddels klaar.

‘Kom baby, we gaan douchen’, zeg in in gedachten. En een schopje in mijn buik antwoordt dat het goed is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier en nu is het allermooist

Met twee fietstassen gevuld met handdoeken, zwembandjes, wortels en water vertrekt de meidenkaravaan richting het meer. Peuter Zora zit in de bakfiets en wijst ons de weg. De andere drie meiden fietsen zelf. Vanuit mijn linkerooghoek zie ik een blauw-wit gestreept zwempakje voorbij racen. Layla neemt een sprintje om vooraan te kunnen fietsen. Ronja en Thura fietsen rustig achter mij aan.

Bij het meer aangekomen treffen we een leeg grasveld aan. In de verte loopt een man met een hond. Het water weerspiegelt onaangeroerd deze vroege ochtend. Op de bodem zien we klein visjes rustig zwemmen. Maar zodra de eerste kindertenen het water aanraken schieten de visjes vliegensvlug de andere kant op.

Ik leg een kleedje op het gras en haal de handdoeken uit de fietstas. Zora komt met haar twee zwembandjes naar me toe gelopen. ‘Omdoen?’ Ze lacht lief en licht ondeugend. Klaar om haar zussen achterna te gaan. Ik ga zitten op het kleedje en kijk hoe de meiden centimeter voor centimeter het water in lopen. Layla rent voorbij en duikt in een keer het water in. Vrolijk gelach en gegil verraadt dat het water toch iets kouder is dan ze dachten. Ronja en Thura liggen er inmiddels ook helemaal in en Zora dobbert op haar buikje met twee voetjes in de lucht. Layla neemt een grote hap lucht en verdwijnt onder water. Op haar eigen wijze zwemt ze een paar meter, komt boven water voor een nieuwe hap lucht en zwemt weer verder. Kleine dolfijn. Wanneer ze weer boven water komt gaat ze staan en veegt haar natte haren uit haar gezicht. Haar ogen zoeken naar mij.

‘Zag je dat mama?!’

‘Ja liefje, ik zag het! Wat kan jij al ver onder water zwemmen zeg!’

Vervolgens duiken de andere meiden ook onder water en mag ik al hun kunsten en trucjes aanschouwen. Ik neem alle spetterende armen en benen waar. Alle schaterlachen en al het geproest. Ik voel de zon op mijn rug en een mier over mijn been kriebelen. Er kriebelt ook iets onder in mijn buik. Het vijfde kindje dat in mij aan het zwemmen is. Ik zie voor me hoe we hier volgend jaar zitten aan dit meer. Vier meiden die weer een stukje groter zijn en een baby van zes maanden die voor het eerst dit water in zal kruipen en dit zand zal proeven. Hoe ik dan op een andere manier zal genieten van mijn kinderen, wanneer mijn handen gebonden zijn aan zo’n klein wezentje. En hoe ik dat hummeltje dan even bij papa laat, zodat ik met de andere kinderen kan spelen in het water.

Hoe heerlijk dat vooruitzicht ook is, het hier en nu is toch het allermooist. Ik leg mijn handen op mijn buik. ‘Ga je mee een duik nemen?’ vraag ik baby in gedachten. ‘Het water is nog wel een beetje koud, maar daar zal jij weinig van voelen.’ Ik trek mijn kleren uit en ren naar het strand.

‘Pas op! Daar komt mama!’ Gillend ren ik het water in en duik ik, net zoals mijn dappere Layla, in een keer het water in. ‘Ahh koud!’ roep ik uit. Lachen, gieren, brullen op deze vroege ochtend. Kan een dag zaliger beginnen dan dit?

 

IMG_0851