Het liefst zou ik altijd hoogzwanger zijn

Het was een rustige zondagochtend, toen we met z’n zessen aan de ontbijttafel zaten en mijn oudste dochter Ronja met een afwijzend toontje in haar stem tegen mij zei: ’Mama, je hebt een dikke buik.’ Als ze dit twee jaar geleden tegen mij had gezegd, had ik vol trots over mijn enorme ronde buik gestreeld en geantwoord: ‘Ja, mooi hė? Nog even en dan gaan we ons nieuwe gezinslid verwelkomen.’ Maar ze zei het niet twee jaar geleden,  maar net toen ik mijn tanden in een warm croissantje met roomboter en kaas zette. Ik durfde bijna niet verder te eten.

‘Mama, je hebt een dikke buik,’ galmde het nog eens na in mijn hoofd. Is dit nu de mening van mijn zesjarige dochter of vind ik dit eigenlijk zelf en houdt ze mij nu een spiegel voor? Tja, ergens vind ik dat ze gelijk heeft. Mijn buik is misschien wel wat groter dan ik zou willen. Het liefst zou ik altijd hoogzwanger zijn. Dat is voor mij de mooiste reden om een grote ronde buik te hebben. Nieuw leven scheppen als een vruchtbaarheidsgodin. De essentie van het bestaan in mijn schoot dragen. Volop vrouw zijn in acceptatie en overgave.

Ik kijk naar beneden, naar het heuvelachtige golvende landschap van mijn lichaam. Dan kijk ik de tafel rond, naar mijn dochters. Vier prachtige meisjes, die allemaal in mij zijn gegroeid. Die door mijn lijf veilig en wel op aarde zijn gezet. Mijn lichaam, mijn tempel, zo rijk en zo zacht. Ik adem diep uit en probeer woorden te vinden voor wat ik voel. Want als ik mijn kinderen iets wil meegeven, dan is het wel dat ze precies goed zijn zoals ze zijn. Wetende dat hetzelfde voor mij geldt.

‘Ronja?’ zeg ik, mijn handen over mijn buik strelend. En terwijl ik met een glimlach in mijn hart naar haar kijk, voel ik een warme tevredenheid door mijn aderen stromen. Dit ben ik, 100% Marjolein. Mijn lichaam is een geschenk, waarmee ik door deze wereld kan bewegen. Waarmee ik kan geven en ontvangen. Waarmee ik kan lachen, huilen, troosten, liefhebben, voeden en heel veel eigenwijze kindjes kan maken. ‘Zou ik een andere mama zijn als mijn buik weg zou zijn?’ Ik zie haar denken en voelen en denken en voelen. Dan kijkt ze mij aan met glinsterende ogen en een lach om haar mond en zegt: ‘Nee, jij bent mijn lieve mama.’

 

Dit blog is verschenen in het Kiind Magazine editie herfst 2018.

Dag buiten & hallo binnen

Het leven als moeder van vier meiden kabbelt rustig door. En tussen het rustig kabbelen kan het af en toe ook een wilde rivier zijn of zelfs een storm op zee. Ik hoef dat niet te verbloemen. Mijn vriend en ik kijken elkaar soms met hopeloze blikken en veel gesteun en gekreun aan. Uiteindelijk kunnen we niet anders dan er om lachen, want zeg nu zelf… Vier (en hopelijk straks vijf) van die energieke, eigenzinnige en speelse wildebrassen die het huis op stelten zetten, Pippi Langkous als idool hebben en tegelijk ook ontzettend lief voor elkaar kunnen zijn. Dat is toch onbetaalbaar?

Ik ben nu bijna 32 weken zwanger. Aan het begin van de zwangerschap, toen ik me niet heel lekker voelde, leek de tijd eindeloos lang te duren. En nu ik alweer in het derde trimester zit denk ik: wat is de tijd voorbij gevlogen… Dat is zo’n bekend gevoel. De eerste weken met een verse baby kan ook zo tijdloos zijn. Hele dagen en weken (maanden!) ’s ochtends heel snel even douchen, kinderen aankleden, eten geven en naar school brengen, om vervolgens de hele ochtend op de bank te zitten met een baby aan mijn borst, starend in die wijze babyogen en snuffelend aan die hemelse babygeur… Af en toe even na te denken over de boodschappen en de was (dat komt straks allemaal wel), maar verder vooral helemaal in die bubbel zakken met al die hormonen, lekkende melkborsten en rozige wangen.

De eerste maanden van deze zwangerschap kon ik me niet voorstellen weer een baby in mijn armen te mogen gaan houden en nu begin ik er zowaar zin in te krijgen. Ik moet bekennen dat deze vijfde zwangerschap zo een beetje tussen de bedrijven door vloeit. Ik heb goed contact met het kindje. Het beweegt veel en neemt lekker de ruimte in. Dingen als controles laten uitvoeren of een bevalplan maken, daar ben ik helemaal niet mee bezig. Niet omdat ik lui ben of dat ik het onzin vind. Ik zie en voel de noodzaak er niet van. Voor veel mensen voelt dat extreem, want ‘je wilt toch weten of het allemaal goed gaat in je buik?’ Ik voel sterk dat ik geen controles nodig heb om te weten dat het goed gaat in mijn buik. Als ik voel dat er iets ‘mis’ zou zijn, dan kan ik altijd nog dat gevoel laten controleren bij een vroedvrouw of in het ziekenhuis. En dan is er nog de vraag wat ‘goed’ is en wat ‘mis’ is. Ik ben voornamelijk ‘gewoon’ zwanger aan het zijn.

Dit is hoe ik het nu doe en hoe het voor mij kloppend voelt. Als je als zwangere wel de behoefte hebt aan controles en echo’s, om wat voor reden dan ook, dan is dat ook ok. Ik vind het wel belangrijk dat je 100% achter de keuzes staat die je maakt. Het is immers jouw zwangerschap en jij mag altijd bepalen wat je wel en niet wilt, ongeacht wat anderen daar van vinden. Dat is een heel proces en soms duurt het een paar zwangerschappen voordat je daar achter komt. En dat is ook helemaal ok.

Mijn meiden zijn intussen de weken aan het aftellen. Eerst komt Sint Maarten, daarna Sinterklaas, dan komt Kerstmis en als mama zo rond is als een mega oliebol, dán komt de baby. Ik vind deze periode van het jaar intens en prachtig tegelijk. Het licht in de duisternis, de warmte van het vuur, het knusse samenzijn. Naast dat er veel voor school moet gebeuren hoop ik zo veel mogelijk te kunnen zakken in mijn bubbel. En die bubbel begint met de maand november. Ik ga een paar dagen op stilte- en schrijfretraite en ik hoop heel erg die (innerlijke) stilte te kunnen bewaren en te bewaken. Tijdens mijn eerste zwangerschap ben ik een maand offline geweest, uitgeplugd van de wereld. Ik weet dat dat nu een stuk lastiger is. Maar social media zal in ieder geval zo veel mogelijk op stil gaan. Dag buitenwereld en hallo binnenwereld 🙂

IMG_4246

Een buik vol onmetelijke rijkdom

Vanuit dromenland hoor ik heel zachtjes in de verte kleine voetjes richting mijn bed lopen. Ik open mijn rechteroog half, sla mijn deken omhoog en voel het kleine lijfje van Zora tegen mij aankruipen.  Ze voelt koud aan, waarschijnlijk is ze daar wakker van geworden. Ik vouw mijn warme armen om haar heen en samen dwarrelen we weer in slaap.

Aan het begin van de ochtend word ik weer wakker en vraag me niet hoe, maar in het tweepersoons bed liggen inmiddels zes wezens te slapen. Zeven als ik dat kleintje in mijn buik meetel. Een bed vol onmetelijke rijkdom. Maar ook vol oncomfortabele posities. Papa springt er als eerst uit. Gevolgd door Ronja die trek heeft en op jacht gaat naar een banaan. De jongste drie, die straks de middelste drie zullen zijn, blijven heerlijk om me heen liggen. Samen genieten we van de ruimte.

Dan wordt het jongste wezentje ook wakker…

‘De baby schopt. Wie wil er voelen?’

‘Ik!’

‘Ik!’

‘Ik!’

Drie paar handjes op mijn buik. Maar het blijft stil.

‘Ik denk dat de baby een beetje verlegen is geworden van al jullie aandacht, denk je niet.’

Layla denkt dat de baby weer slaapt.

‘Ik ga hem wakker maken!’ roept ze met ondeugende oogjes. En voor ik het weet stort ze haar gezicht op mijn buik en begint hard te blazen. Een trompetgeschetter klinkt door de kamer.

‘Nu ik!’ Thura duwt Layla opzij en ook zij werpt haar gezicht op mijn buik, gevolgd door Zora, die ook buiktrompet wil spelen. Layla probeert of ze er ook nog bij kan. Met z’n drieën wordt mijn halve lijf bespeeld en met een grote glimlach bekijk ik het tafereel.

‘De baby schopt weer!’ roep ik en zes handjes worden op mijn buik gelegd. Het is muisstil… Grote ogen kijken vol spanning naar mijn buik. We wachten af… Ik voel wat bewegen… En…

‘Ja! Een schop! Voelden jullie dat?! En nog één!’

‘Layla en Thura knikken met glinsterende ogen van ja. Zora weet nog niet wat ze moet voelen. Zij wordt nu voor het eerst grote zus. Ze aait over mijn buik.

‘Baby, watter wodde.’

‘Ik ga een banaan eten,’ zegt Layla.

En weg zijn de meisjes. Ik rek en strek me uit in het grote mensenbed. Wat een ruimte heb ik opeens. Ik leg mijn handen op mijn buik en voel het kindje flink bewegen.

‘Ja, daar ben je hè. Veilig in mama’s warme buik. Lekker groeien en bloeien. En nu al speel je met je grote zussen. Je mag nog drie maanden blijven rondzwemmen hoor.’

In gedachten zie ik beelden van het vijfde kindje. Ik kan niet anders dan er weer een dochter van maken. Al zou een jongetje natuurlijk ook hartstikke welkom zijn. Ik zie voor me hoe ze op een rijtje zitten en elkaars haren borstelen. In de praktijk zullen ze waarschijnlijk net zo vaak elkaars haren uittrekken als vlechten, maar goed. Dit is een dagdroom en dan kan alles.

Nog steeds heb ik dagelijks een moment dat ik denk ‘ik kan dit niet! Niet nóg een kind!’ Toch verschuift mijn gevoel van onmacht steeds meer naar tevreden dankbaarheid. Ik hoef dit niet alleen te doen, we doen dit samen, met z’n allen. Ik aai nog een paar keer over mijn buik vol onmetelijke rijkdom.

‘Kom kleintje, tijd om op te staan.’

pillows-820149_640

 

‘Mama, heeft de baby eigenlijk al een jongens of een meisjes plasser?’ 

apples-983942_640

Het is zo’n ochtend in de vakantie. Je weet wel. Zo’n ochtend waarbij mama zo lang mogelijk in bed blijft liggen en de kinderen hun grootste honger verzachten met een rode sappige appel. Je hoeft nog even niks. De pap kan wachten, thee komt straks, douchen en aankleden… Ach de dag duurt nog lang. En dan op het moment dat je je nog een keer omdraait en denkt dat je nog even kan afdwalen naar dromenland hoor je van beneden de jongste roepen:

‘Maaaaamaaaaa, ik ben KLAAAHAAAR!!!!’

Met enige tegenzin (lees: al steunend en kreunend) stap je het bed uit en strompel je door de gang richting de trap. Onderweg struikel je net niet over rondslingerende knuffels die allemaal al netjes aangekleed zijn. Beneden aangekomen loop je plichtsgetrouw naar het toilet, veegt die allerliefste billetjes af, wast je handen, aait over een paar bolletjes met ongekamde haren en besluit dan toch maar de waterkoker te vullen. Slapen? Dat komt vanavond wel weer.

Zo’n ochtend was het dus. Totdat Ronja (de oudste van 7) voor mijn neus stond met wakkere ogen en aan mijn arm begon te trekken.

‘Kom eens kijken wat ik kan!’

Ik word op de bank neergezet en krijg een show van radslag, split (of was het nu spagaat?), handstand en brug.

‘En kijk nu naar mij!’

‘En naar mij!!’

‘Mama, nee kijk eerst naar mij! Alsjeblieeeeeeft!!’

De dag is weer begonnen. Wederom besef ik mij wat voor rijkdom we hier in huis hebben. Weliswaar een drukte en rommel van jewelste, al voor 8 uur ’s ochtends. Maar zeg nu zelf… Eigenlijk mag ik hier niet mopperend voor uit bed komen.

Na een tijdje naar de rondvliegende en springende kinderlijfjes te hebben gekeken ben ik wakker genoeg om aan de pap te beginnen. Op het moment dat ik ga staan, staat weer Ronja met haar grote wakkere ogen voor mijn neus. Ze geeft een speelse tik op mijn buik en vindt dat ik nu toch wel dik aan het worden ben.

‘Mama, heeft de baby eigenlijk al een jongens of een meisjes plasser?’

Het ‘p-woord’ is gevallen. Dus alle kleine meisjesoren staan gespitst te luisteren en het is opeens muisstil.

‘Ja, de baby heeft nu wel een plasser ja.’

‘Wanneer gaan we kijken wat het is? Ik wil weten wat het is! Of we een broertje of zusje krijgen!’ roept Ronja enthousiast.

‘Ik wil een zusje!’ zegt Thura.

‘Ik wil een broertje. Nee een zusje. Nee ik wil geen baby!’ schreeuwt Layla.

‘Ik wil gote sus!’ probeert Zora er overheen te roepen.

De meisjes lachen.

‘Je hebt al drie grote zussen gekkie! Je wordt zelf grote zus,’ legt Ronja haar kleinste zusje uit.

Zora lacht lief en haalt haar schouders op. Acht handjes aaien nu mijn buik.

‘Mogen we het weten mama? Asjebliefffffffff?’

Hun nieuwsgierigheid prikkelt de mijne. Hoe kan ik dit smekende koor nu weerstaan. Ik sluit even mijn ogen en leg mijn handen op mijn buik. Wat wil de baby zelf?

‘Weet je lieverds, de baby is lekker rustig aan het groeien in mijn buik. Ik denk dat het niet zo fijn is voor de baby als we gaan kijken met zo’n apparaat. Dat maakt heel veel herrie. Wij horen dat niet, maar de baby wel. We moeten gewoon wachten en als het wordt geboren dan gaan we kijken, ok?’

‘Jammer,’ zegt Ronja. ‘Wie gaat er mee vader en moedertje spelen?!’

En weg zijn ze.

Al roerend door de pap denk ik nog even na over een geslacht bepalende echo. Ja natuurlijk zou ik het ook ontzettend leuk vinden om samen met mijn vier meiden naar de verloskundige te gaan en via het schermpje even in de buik te gluren. Maar ik doe het toch niet. Ik wil ze vooral de magie van het zwanger zijn meegeven. Het volgen van de natuur en het niet weten. Het zijn in het moment met getrappel van een baby in plaats van een jongen of een meisje. Een kindje dat nog helemaal heel kan zijn en niet in de buik al een stempel opgedrukt krijgt. Een kind dat nu al alle liefdevolle ruimte krijgt om te zijn wie het is.

De pap is inmiddels klaar.

‘Kom baby, we gaan douchen’, zeg in in gedachten. En een schopje in mijn buik antwoordt dat het goed is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier en nu is het allermooist

Met twee fietstassen gevuld met handdoeken, zwembandjes, wortels en water vertrekt de meidenkaravaan richting het meer. Peuter Zora zit in de bakfiets en wijst ons de weg. De andere drie meiden fietsen zelf. Vanuit mijn linkerooghoek zie ik een blauw-wit gestreept zwempakje voorbij racen. Layla neemt een sprintje om vooraan te kunnen fietsen. Ronja en Thura fietsen rustig achter mij aan.

Bij het meer aangekomen treffen we een leeg grasveld aan. In de verte loopt een man met een hond. Het water weerspiegelt onaangeroerd deze vroege ochtend. Op de bodem zien we klein visjes rustig zwemmen. Maar zodra de eerste kindertenen het water aanraken schieten de visjes vliegensvlug de andere kant op.

Ik leg een kleedje op het gras en haal de handdoeken uit de fietstas. Zora komt met haar twee zwembandjes naar me toe gelopen. ‘Omdoen?’ Ze lacht lief en licht ondeugend. Klaar om haar zussen achterna te gaan. Ik ga zitten op het kleedje en kijk hoe de meiden centimeter voor centimeter het water in lopen. Layla rent voorbij en duikt in een keer het water in. Vrolijk gelach en gegil verraadt dat het water toch iets kouder is dan ze dachten. Ronja en Thura liggen er inmiddels ook helemaal in en Zora dobbert op haar buikje met twee voetjes in de lucht. Layla neemt een grote hap lucht en verdwijnt onder water. Op haar eigen wijze zwemt ze een paar meter, komt boven water voor een nieuwe hap lucht en zwemt weer verder. Kleine dolfijn. Wanneer ze weer boven water komt gaat ze staan en veegt haar natte haren uit haar gezicht. Haar ogen zoeken naar mij.

‘Zag je dat mama?!’

‘Ja liefje, ik zag het! Wat kan jij al ver onder water zwemmen zeg!’

Vervolgens duiken de andere meiden ook onder water en mag ik al hun kunsten en trucjes aanschouwen. Ik neem alle spetterende armen en benen waar. Alle schaterlachen en al het geproest. Ik voel de zon op mijn rug en een mier over mijn been kriebelen. Er kriebelt ook iets onder in mijn buik. Het vijfde kindje dat in mij aan het zwemmen is. Ik zie voor me hoe we hier volgend jaar zitten aan dit meer. Vier meiden die weer een stukje groter zijn en een baby van zes maanden die voor het eerst dit water in zal kruipen en dit zand zal proeven. Hoe ik dan op een andere manier zal genieten van mijn kinderen, wanneer mijn handen gebonden zijn aan zo’n klein wezentje. En hoe ik dat hummeltje dan even bij papa laat, zodat ik met de andere kinderen kan spelen in het water.

Hoe heerlijk dat vooruitzicht ook is, het hier en nu is toch het allermooist. Ik leg mijn handen op mijn buik. ‘Ga je mee een duik nemen?’ vraag ik baby in gedachten. ‘Het water is nog wel een beetje koud, maar daar zal jij weinig van voelen.’ Ik trek mijn kleren uit en ren naar het strand.

‘Pas op! Daar komt mama!’ Gillend ren ik het water in en duik ik, net zoals mijn dappere Layla, in een keer het water in. ‘Ahh koud!’ roep ik uit. Lachen, gieren, brullen op deze vroege ochtend. Kan een dag zaliger beginnen dan dit?

 

IMG_0851

 

 

 

 

De storm

In de elfde week van mijn zwangerschap is het hormonale hoogtepunt bereikt. De hele dag zit mijn maag in een achtbaan en vliegen mijn emoties alle kanten op. Het leven deed er nog een schepje boven op. Op de vrijdagochtend dat ik Zora naar haar peutergroepje breng en Ronja en Thura achter mij aan fietsen, vindt er op een kruispunt een ongeluk plaats. Tientallen meters voor ons wordt een fietser geschept door een bestelbusje. Ik zie hoe een man tegen de auto opknalt en weer op de grond valt, terwijl zijn fiets een andere kant opslingert.

‘Oh nee!’ roep ik uit en fiets zo hard als ik kan richting het ongeval. Meteen bel ik 112. Op het eerste gezicht lijken de verwondingen mee te vallen. De politie en ambulance zijn in aantocht en ik besluit verder te fietsen. Ik heb geen idee hoe mijn meiden dit voorval ervaren hebben. Zelf was ik behoorlijk geschrokken. De adrenaline stroomde door mijn lijf en ik kon daarna alleen nog maar huilen om weer tot rust te komen.

Nadat ik ’s middags, net voordat ik naar het station gebracht zou worden voor de trein richting mijn laatste weekend van de Fire Keeper training, wat bloed wegveeg na het plassen, worden mijn emoties nog een keer alle kanten heen gestuurd. Ik blijf er aardig rustig onder, maar als ik tijdens de reis naar België buikkrampen begin te krijgen, beginnen  ook de tranen weer te stromen. En eigenlijk neem ik ook meteen afscheid. Bloed en krampen. Dit is het einde van deze zwangerschap. Het is goed zo.

De volgende ochtend word ik wakker en mijn lijf voelt rustig. Er vloeit geen bloed meer en de krampen zijn ook weg. Maar opgelucht ben ik niet. Ik weet nu helemaal niet meer waar ik aan toe ben. Ik voel me loom, zwaar, leeg en verdrietig. Gelukkig ben ik op de juiste plek om mijn gevoelens de ruimte te geven. De training vindt dit weekend plaats in een prachtig bos nabij Leuven. Ik voel me gedragen, door de groep en vooral door de aarde.

Die middag doen we een Phoenix vuurritueel. Wanneer Veerle uitlegt wat de bedoeling is beginnen de tranen alweer te stromen. We gaan onze angst, verdriet of boosheid van dat moment volledig onder ogen komen en verbranden. Ik zie door de tranen niet goed meer waar ik loop en het maakt ook niet uit. Ik ga richting het bos, alleen en wanneer ik geen stap meer kan verzetten stort ik naar de grond. Als een klein meisje en grote vrouw huil ik. Ik huil als een wolf, naar de bomen, de takken, de bladeren, de zon, de maan en de sterren. Er is geen gedachte die er tussen kan komen. Ik huil vol overgave, tot de laatste druppel verdriet op de zachte aarde is geland. En dan voel ik wat mij zo bang en verdrietig maakt. Het is niet de angst om het kindje dat in mijn buik groeit te verliezen. Het is de angst dat het blijft zitten en groeien en uiteindelijk geboren zal worden. Heel mijn lijf suddert bij die realisatie en ik kan alleen nog maar denken: ‘Ik wil dit niet. Ik kan dit niet.’

Het is een pijnlijke gedachte, een oneerlijke gedachte. Waarom kan ik niet gewoon blij zijn met deze zwangerschap? Waarom kan ik het niet aanvaarden als een geschenk? Wie ben ik om te bepalen of een kindje wel of niet mag/ kan komen? En de andere kant: ik ben net zo aan het genieten van wat meer tijd voor mijzelf en mijn bedrijf. Is het de bedoeling dat dit alles weer in de koelkast komt te staan? En waarom denk ik dat het niet allebei kan? Aaaarrrggg, dat hoofd, die mind, dat ego!!

Wanneer het weekend voorbij is weet ik wat mij te doen staat. Maandagochtend maak ik meteen een afspraak bij Karin (verloskundige in mijn stadje) voor een gesprek en een echo. Nog nooit heb ik met dit termijn een echo laten maken. Überhaupt laat ik alleen een echo doen als ik van binnenuit voel dat het nodig is. Nu komt het meer vanuit mijn hoofd en dat is ook ok.

Dus daar lig ik dan, op een tafel in de knusse praktijkruimte, met mijn onderbuik ontbloot. Iets in mij wil het eigenlijk niet weten. Of het nu wel of niet leeft: beide blijf ik vreselijk spannend vinden. Ik leg mijn handen nog even op mijn buik en laat het kindje weten (mocht het er zijn) dat er wat harde geluiden gaan komen, maar dat het veilig is. Karin zet het apparaat aan en binnen enkele tellen zien we een hoofdje, een lijfje, twee bewegende armen en twee zwemmende benen. Vol verwondering kijk ik naar het kindje. En ik zie meteen: dit is een heel vrolijk en dankbaar wezentje, dat héél graag wil komen. Wie ben ik om mijn hart niet te openen voor dit baby’tje, mijn baby’tje?

Ik voel en zie hoe de echo meteen zorgt voor verbinding met mijn baby. Hoe anders is deze zwangerschap dan de vorige vier… Het is weer een unieke en bijzondere reis. Na deze intense week waarin mijn gevoel heen en weer geslingerd werd tussen ‘het kindje gaat weg’ en ‘het kindje is er echt’ kan ik nu berusten in acceptatie. De storm in mij is gaan liggen.

water-1867234_640

 

 

 

 

 

 

‘Zat je daar op te wachten dan?’

Wanneer ik op maandag over het kleuterplein richting de ingang van de school loop spreekt een moeder mij aan.

‘Ze zeggen dat je een baby in je buik hebt,’ zegt ze met een twijfelachtige glimlach. ‘Dat is toch niet zo?’

‘Wie zijn ze?’ vraag ik haar zo verbaasd mogelijk.

‘De kinderen.’

‘Oh echt?’ zeg ik met een lichte ongeloof. Wat een domme reactie denk ik tegelijkertijd. En ik probeer vliegensvlug te bedenken wat ik nog meer kan zeggen. ‘Tja, ze hebben gelijk.’

‘Oh echt?! Nou… eh… gefeli… Zat je daar op te wachten dan?’ reageert ze enigszins verbouwereerd.

Ik voel mijn buik bevriezen en krijg het gevoel dat ik veroordeeld word.

‘Nee, natuurlijk niet,’ antwoord ik en tegelijkertijd voel ik me nog dommer vanwege deze reactie. Ik loop snel naar binnen.

Een paar dagen later gaat ze in de klas naast me zitten en vraagt wanneer ik ben uitgerekend.

‘Rond de jaarwisseling.’

‘Hè, maar vertel je het dan zo snel aan de kinderen? Hoeveel weken ben je zwanger?’

‘Acht weken ongeveer.’

‘Nou ik zou dat nooit zo snel vertellen. Ik heb echt meer zekerheid nodig.’

Wederom voel ik me veroordeeld worden. Ik begrijp dat zij meer zekerheid nodig heeft. Het eerste termijn loop je het grootste risico om een miskraam te krijgen, maar in feite kan er altijd iets gebeuren. Wat is zekerheid? Ik betrek mijn kinderen in mijn leven. Ze weten wanneer ik mijn maan heb en staan geïnteresseerd toe te kijken hoe ik mijn maandverband verwissel. Ze weten nu dat ik niet ongesteld word, omdat er een baby in mijn buik groeit. Ze weten ook dat een kindje soms maar heel kort in een mamabuik zit en weer een sterretje kan worden. Dat is de cyclus van het leven. Mocht deze zwangerschap uitmonden in een vroeggeboorte, dan is dat wat het is.

‘Dat snap ik, maar we wilden het gewoon graag vertellen. We zien wel hoe het loopt.’ Ik voel me ongemakkelijk. Niet alleen vanwege deze reactie. Ik realiseer me dat je blijkbaar ‘te vroeg’ kan vertellen dat je zwanger bent en dat er een taboe heerst op het krijgen van een miskraam. Of in ieder geval op het delen daarvan. Alsof het te intiem is, wat binnen de vier muren van je woning moet blijven. Dit voelende maakt me verdrietig, want hoewel ik nog nooit een miskraam heb gehad kan ik me wel voorstellen hoe vreselijk eenzaam dat moet zijn. Je verliest iets waar je in liefde al mee verbonden was en vervolgens is er niemand (naast je partner) waarmee je dat verdriet kan delen.

Een week later voel ik me nog ongemakkelijker. Een moeder van één kind vroeg zich af hoe ik het in vredesnaam toch allemaal voor elkaar krijg met vier kinderen. Ik moest er een beetje om lachen en ik zei:

‘En dan komt er nog één bij ook, kan je je dat voorstellen?!’ Erg grappig vond ze het niet.

‘Dat meen je niet! Ik zei laatst toch tegen je dat je een pessarium moest gaan gebruiken? Jij bent iemand die zo makkelijk zwanger raakt. Een pessarium is super handig. Beide kanten smeer je in met zaaddodende gel en je merkt er helemaal niks van. Je mag die van mij wel lenen. Zal ik hem volgende week meenemen?’

‘Eh, nou… volgend jaar misschien?’ antwoord ik en ik weet niet hoe snel ik de andere kant op moet lopen.

Ik zal eerlijk bekennen dat deze twee reacties me een paar dagen hebben beziggehouden. Dat ik mij in eerste instantie veroordeeld voelde, kwam niet zo zeer door wat deze moeders tegen mij zeiden. Het was mijn eigen oordeel. Ik schaamde mij nog steeds een beetje voor deze zwangerschap. Maar het mooie is, dat ik juist door deze twee ervaringen de andere kant op werd geslingerd. Ik kon weer voelen dat ik volledig mijn eigen pad bewandel en zelf mag en wil bepalen wat ik vertel aan mijn kinderen. Dat het ok is om taboes te doorbreken. Dat ik vrij ben en absoluut geen pessarium in mijn yoni wil stoppen. Dit ben ik, Marjolein. Moeder van vier met een vijfde op komst.

woman-2127854_1280